De Beemster Bengel
"Thuis in de Beemster"
Gebeurtenissen in en nieuwtjes uit de Beemster
van, voor en over Beemsterlingen


 
Start
Redactie
Agenda
Nieuwsarchief
Foto-impressies
In gesprek met
Verenigingen
Gastenboek
Over de Bengel
Links

Contact

Beemsterlied
Ir. Hans Völlmar bouwt zijn eigen Zwaansvlietpoort
bij het Beemster Arboretum

Beemster, 12 oktober 2006.

De al jaren gekoesterde wens van Hans Völlmar om de poort van Zwaansvliet weer opnieuw op te trekken, nemen vorm aan. Aan de Nekkerweg werd onlangs een nieuwe brug gebouwd. Nog steken de betonnen pijlers met de staken fel af tegen de weelderigheid van het Landschapspark. Als afronding van het project zullen de beelden van de allegorische figuren Lot en Voorzichtigheid op de poort woren geplaatst. Oorspronkelijk heeft de poort aan de Volgerweg gestaan. Daar werd in 1631 door van Oss een groot buiten gebouwd. François was de zoon van Dirck van Oss, een steenrijke koopman en initiatiefnemer van de droogmaking van de Beemster.
Van Goor Hinlopen
Weinig van de glorie van de bouwkunst van De Gouden Eeuw bleef in de Beemster echter bewaard. De laatste eigenaar van Zwaansvliet was Jan van Goor Hinlopen. Hij was in 1820 dijkgraaf van de Beemster en vanaf 1789 tevens burgemeester van Purmerend. Van Goor Hinlopen overleed op 6 oktober 1833. Na zijn dood viel de buitenplaats onder de slopershamer, maar de poort en het poorthuis bleven staan. De bekende in Beemster geboren en getogen kunstenaar Simon de Heer (1885-1970) heeft er omstreeks 1917 nog een fraaie ets van kunnen maken.

Materiaal
Het poortwachtershuisje werd omstreeks 1920 gesloopt en de beelden verwijderd. De poort bleef nog staan, maar in verband met de aanleg van de A7 in 1970 ging deze tegen de vlakte. Het sloopmateriaal werd door de gemeente Beemster opgeslagen op de gemeentewerf. Völlmar kwam jaren geleden al op het idee om de poort weer op te bouwen. Dit was mogelijk omdat de historicus Theo Wit oude foto's van de poort in het Waterland archief heeft gevonden. Op grond daarvan en de ets van De Heer maakte hij een bouwtekening. Het gemeentebestuur stelde in 1970 het bewaard gebleven materiaal ter beschikking aan de Stichting Beemster Arboretum.

Beelden
Bij de sloop van de poort gingen de beelden, die toegeschreven worden aan de beeldhouwer Van Logteren naar het Rijksmuseum in Amsterdam. Daar hebben ze eerst een tijd in de tuin gestaan maar later kregen ze een plaatsje binnen. Die meer dan drie eeuwen oude beelden komen niet meer terug. Die zijn natuurlijk inmiddels kostbaar kunstbezit geworden. Maar er zullen replica's van gemaakt worden.

Stukje bij beetje
Veel van het bewaarde materiaal bleek achteraf niet meer goed genoeg voor hergebruik. Völlmar heeft materiaal bij moeten kopen. Het is zo wel een zeer kostbare zaak geworden, maar Völlmar wilde toch doorzetten. Hij gunde zijn Landschapspark, het nieuwe stuk Beemster Arboretum, waar hij zijn hele ziel en zaligheid in heeft gelegd, een eigen waardige poort. "Dan maar stukje bij beetje", besloten hij en zijn vrouw Jetske. En zo is de bouw inmiddels zover dat onder de brug al met het opmetselen van de bouwstenen werd begonnen. Ook de pilaren krijgen deze bekleding.
Maar het zal dus nog wel even duren voordat bezoekers gadegeslagen door de beelden, door de nieuwe monumentale poort kunnen wandelen.

Het Beemster Arboretum
Naast de Poort van Zwaansvliet is het Beemster Arboretum Völlmars levenwerk geworden. Het is gelegen aan de Nekkerweg 67a in Zuidoostbeemster en is vrij toegankelijk.
In het Arboretum staan zes duizend bomen en struiken, verdeeld over 2500 soorten en variëteiten. Jaren geleden werdj met de aanleg van het arboretum begonnen en nog steeds wordt de collectie uitgebreid.
.
Het systematische gedeelte
Het arboretum bestaat uit twee delen. In het 4 hectare metende gedeelte zijn de soorten per botanisch geslacht bijeen gebracht. Hier ziet men bomen en struiken in een overzichtelijke vorm, waarbij de nadruk wordt gelegd op de geslachten. Deze soorten gedijen goed op kleigrond. Van die geslachten werden dan ook zoveel mogelijk soorten en variëteiten bijeengebracht. Enkele daarvan zijn: Abies - zilverden (24), Aesculus - kastanje (32) of Betula - berk (33).  Verder vele variëiten van hazelaars, kardinaalshoed, es, valse christusdoorn, noot, venijnboom, linde en viburnum. Van een aantal andere geslachten zijn wel redelijk veel soorten en variëteiten aanwezig, zoals Carya, Hydrangea en Zelkova. Daar zijn zeldzame soorten bij, waarmee in Nederland nog vrijwel geen ervaring is opgedaan.

Het geografische gedeelte
Dit gedeelte,  3.5 hectare groot, is ingericht op geografische grondslag. De bomen zijn gegroepeerd per continent of continentsdeel. Veel soorten staan in groepen van dezelfde soort, zodat men eigenlijk hele bostypen ziet. De aanplant dateert van 1992. Ten opzichte van het systematische deel is hier sprake van een heel andere opzet. De doelstelling is te laten zien hoe bomen en struiken in bosverband voorkomen en welke betekenis de diverse boomsoorten kunnen hebben voor de bosbouw in Nederland.
Tropisch hardhout?
Nu in toenemende mate landbouwgronden aan de landbouw zullen worden onttrokken is het de vraag hoe deze gronden zo goed mogelijk kunnen worden benut. Tot nu toe is erg weinig bekend over de mogelijkheden om goed groeiende bomen op zulke rijkere gronden te gebruiken. Het streven is er op gericht om de vraag naar tropisch hardhout om te buigen, waarbij in ons eigen land meer hout ter vervanging geproduceerd kan worden. Er bestaat echter nog weinig inzicht in de waarde van vele uitheemse soorten. De bekende eiken, beuken en berken, alle goede boomsoorten die hun eigen plaats verdienen, liggen voor de hand, maar daar houden de mogelijkheden echter niet op. Er zijn diverse andere eiken- en beukensoorten, die vaak sneller groeien en ook goed hout opleveren, zoals de Quercus cerris of bij de beuken Fagus orientalis. Maar ook de Juglandaceae doen het op de zware grond zeer goed.
Goede groeiers
Er zijn ook soorten waaraan tot nu toe nauwelijks of niet is gedacht, zoals Cryptomeria japonica, Metasequoia of Pinus nigra en (tot ontsteltenis van veel bosbouwers) prunus serotina. Dit blijken allemaal goede groeiers op zware grond te zijn en potentiële leveranciers van hout van goede kwaliteit. Hoewel de leeftijd van het geografische deel van het Beemster Arboretum dus nog betrekkelijk jong is, kan de groeisnelheid van vele houtsoorten toch reeds worden beoordeeld. Die blijkt dankzij de rijke kleigrond soms spectaculair maar op de lange duur zal moeten blijken of die houtsoorten ook goed blijven groeien en bestand zullen zijn tegen ziekten of andere stoornissen. Ook vele soorten struiken, zoals Ligustrum, Syringa en Taxus werden geplant, zodat een gevariëerd bosbeeld zal ontstaan. Doordat de bomen en struiken op onderlinge afstand van tenminste twee meter zijn geplant, is het mogelijk gras en onkruiden kort te houden met een zitmaaier. Dit maakt het onderhoud relatief goedkoop. Zou niet worden gemaaid, dan zou een enorme overlast ontstaan van planten als wilgenroosje, zuring, brandnetel, braam- en vlierstruiken, maar ook van bomen als essen, elzen en eiken, die spontaan zouden opkomen. Het kort houden van het gras heeft tevens het effect, dat er weinig wortelconcurrentie is voor de bomen en struiken.

Kastanjes
Hoewel in het arboretum natuurlijk meerdere duizenden soorten bomen en struiken is Völlmars trots is de grote collectie kastanjebomen, die hij uit het hele Noordelijke halfrond heeft bijeengebracht. Als ze bloeien geven de 'kaarsen' aan het park een sprookjesachtige aanblik. Hij is bedroefd over het feit dat mensen, die graag een kastanjeboom in de tuin willen hebben, zich bij de aankoop daarvan zo gauw vergissen in de uiteindelijke afmeting die de boom krijgt. Bij een tuincentrum zijn over het algemeen de gewone, dus torenhoge, soorten verkrijgbaar. Na enige jaren zijn deze te groot voor de tuin en nemen ze al het licht in het huis weg, met als gevolg: kappen! Dat is dan toch wel erg jammer.

Toch zijn er soorten, die niet zo groot worden, maar evengoed heel mooi zijn.

Trompetboom
Een ander voorbeeld noemt hij de Catalpa, of -om zijn prachtige bloesem- ook wel trompetboom genoemd. Er bestaan twee soorten: de Catalpa speciosa en de Catalpa bignonioides. Vooral deze laatste wordt door tuincentra nog wel eens aanbevolen, maar volgens Völlmar is het een 'brekebeen' en kan er veel beter een Catalpa speciosa worden aangeschaft. De reden waarom: de speciosa groeit van oorsprong in het noordelijke deel van Noord-Amerika en de Bignonioides komt veel zuidelijker voor. In het noorden valt meer sneeuw en de takken moeten dat kunnen dragen. Daarom is deze soort sterker en beter bestand tegen de storm. Sneeuw komt in Nederland natuurlijk niet zoveel voor, maar wind wel! In het najaar dragen de bomen vruchten in de vorm van lange bonen. Het is een majesteitelijke boom.

Verrassing
Wie heeft dit wel eens aan zijn Magnoliaboom gezien? Als je rondloopt in het arboretum kan je heel verrassende dingen zien. Dat geldt bv. voor een magnolia, die rode zaaddozen heeft.



Advies

Vaak worden er in catalogi bomen en struiken gezocht en besteld, terwijl eigenlijk niet helemaal precies bekend is hoe zo'n boom zich zal gaan ontwikkelen. Völlmar wil belangstellenden daarom gaarne van advies dienen.
Wie het Arboretum eens met een bezoek wil vereren kan dat vinden volgens de hiernaast aangegeven route. Het Arboretum is vrij toegankelijk. Wie echter een rondleiding wil, kan telefonisch contact opnemen: 0299-422162