|
| Alie Vis: al weer tien jaar voorzitter van Museum Betje Wolff |
Middenbeemster,
19 maart 2009
De culturele trots van Middenbeemster is wel Museum Betje Wolff, waar jaarlijks duizenden bezoekers zich als het ware omhuld voelen door de eeuwen. Van de voorkamer, die in al zijn deftigheid helemaal de 19de eeuw ademt tot aan de zolder, waar Betje Wolff in de periode 1759-1777 druk met schrijven van haar pennenvruchten in de weer was. Betje was van als gemalin van ds. Adrianus Wolff, natuurlijk ook de gastvrouw, die op zijn tijd met de meid en de buurvrouwtjes in de gezellige keuken nieuwtjes uitwisselde.
Maar sinds 1999 zijn Alie Vis met haar vrijwilligers het gezicht van Museum Betje Wolff. Ze zijn samen de drijvende kracht achter een organisatie, die ieder jaar weer bezoekers onder de indruk brengt door de bijzondere tentoonstellingen, die allemaal weer die kenmerkende aparte 'Betje Wolff-sfeer' krijgen.
Tot 1999 was het museum het enige gebouw waarin activiteiten door het Historisch Genootschap plaats hadden; daarna werd Agrarisch Museum Westerhem in gebruik genomen en kreeg het museum Betje Wolff een eigen bestuur,
met als voorzitter Alie Vis. Dat is nu al weer tien jaar geleden; ongemerkt verstreek de tijd. Er is door haar en haar kring vrijwilligers veel werk verzet en dat mag ook wel eens even genoemd worden.
|
| |
Praten en nog eens praten
Het voorbereiden van een tentoonstelling is vaak nog het meeste werk. Dan wordt er heftig 'gebrainstormd'. Welk onderwerp moet nu weer worden aangesneden en hoe de kamers ingericht. "Eigenlijk is dat nog het meeste werk", zegt Alie. "Het is niet zo maar hup! Hier en daar iets neerzetten. Nee, er wordt heel lang over beraadslaagd, wat kan en wat helemaal niet uitvoerbaar is. Het is ook nagaan wat we zelf in het museum hebben en wat we eventueel ter aanvulling ergens kunnen proberen te lenen. Een beroep op Beemsterlingen kan vaak heel veel aan spullen opleveren, bijvoorbeeld poëziealbums, knipsels, bruidsjaponnen... je kunt het zo gek niet bedenken of iemand heeft nog wel wat. Zo kregen we ten behoeve van onze tentoonstelling over rouw een wel heel bijzonder schilderij in bruikleen, voorstellend een overleden meisje. Zo'n 'stilleven' werd vroeger vaak geschilderd. We hebben het boven de schouw in de domineeskamer gehangen en iedereen was er diep van onder de indruk |
| |
Als Alie gaat praten over alle tentoonstellingen, waar ze zich mee bezig heeft gehouden, is ze eigenlijk niet meer te stoppen. Zoveel is er over te vertellen. Onder haar voorzitterschap zijn het er heel veel geweest, want elk jaar moest er immers weer een nieuwe tentoonstelling worden ingericht. Toch zegt ze, dat bij het bedenken van elke tentoonstelling weer gedacht werd: "Hoe maken we dáár nu weer wat bijzonders van?" Maar het lukte altijd... en de tentoonstelling, waarbij het hele huis meedeed, bleek toch altijd weer een succes te zijn. Zo was er die leuke expositie over speelgoed, de Beemster verenigingen en over kisten, kasten en dozen, maar ook de meiden en knechten kwamen aan bod; koken en gerechten, ondergoed, de grote schoonmaak, knipsels, huwelijk, geboorte en dood en...uiteraard Betje Wolff zelf.
Tevens zijn er nog steeds leuke herinneringen aan de tentoonstellingen over de scholen van de Beemster en de warmoezerij, tentoonstellingen, waarbij ook de oud-voorzitters van het Historisch Genootschap Beemster Gerrit Köhne en Dick Schuijtemaker bij betrokken waren.
"Het gekke is, dat ik als een tentoonstelling een poosje loopt en zelfs het hele museum maar zo gewoon vind. Je raakt er aan gewend. Maar dan hoor ik weer van mensen, dat dit museum toch als heel bijzonder wordt ervaren."
Openingen
Bij elke tentoonstelling wordt traditiegetrouw ook een bijzondere opening gehouden, waarbij sprekers worden uitgenodigd, die veel over het onderwerp van de tentoonstelling kunnen vertellen. Zo was daar een een ambtenaar van de burgerlijke stand, een begrafenisondernemer, een lerares van een huishoudschool of iemand die zich gespecialiseerd heeft in knipsels en hun symboliek. Bij 'Betjeweer' vinden die openingen plaats in de pastorietuin van het museum, een idyllisch plekje met als decor de statige toren van de kerk. Alleen bij slecht weer verhuist het gezelschap, vaak bruikleengevers, naar de zolder, waar het ook heel genoeglijk toeven is, alleen een beetje krap. |
| |
  |
| |
'Tussendoortjes'
En dan heeft ze het nog niet gehad over alle 'tussendoortjes', want die waren er ook heel veel.
Kleinere exposities in de hal of op zolder. Gewoon omdat Betje niet alles wat in depot zit tegelijkertijd kan tonen, vaak voorwerpen waar geen hele tentoonstelling mee gemaakt kan worden.
Zo zijn er landkaarten van de Beemster gedurende de vier eeuwen van het bestaan van de polder, kermisbrieven getoond of gedichten van Betje, de bevrijding of het vervoer in de Beemster.
En dan zijn er de bijzondere activiteiten, zoals een kraamvisite bij een familie, waar precies op de geboortedag van Betje een baby werd geboren. Daar was ook de onthulling van een beeldje van Betje in de tuin. En ter gelegenheid van de tentoonstelling ondergoed werd in de kerk van Middenbeemster een 'modeshow' gehouden van ondergoed 'uit groot- en overgrootmoeders tijd'.
Bloemen
Eigenlijk gewoon te veel om op te noemen, maar toch iets heel bijzonders was het weekend, waarin de beide bloemisten van Middenbeemster Ronald en Harry van toen nog 'Het Ranonkeltje' het hele museum plus de voor- en de achtertuin en van de zolder tot de kelder letterlijk in de bloemetjes hadden gezet.
In de stijlkamer was in het kader van de tentoonstelling 'gerechten' de tafel keurig gedekt met wit damast, het mooie servies en het glanzend gepoetste tafelzilver. De gerechten waren gemaakt van vruchten en bloemblaadjes... alles bijzonder verfijnd.
Vaak ook is het museum een plek, waar Tv-opnamen worden gemaakt of huwelijken worden gesloten en dat kan er allemaal zomaar tussendoor.
|
| |
't Is goed, het Wasgoed
In 2008 zat echter een beetje de klad in het museale jaar van Betje. Dat kwam omdat het gebouw broodnodig aan een restauratiebeurt toe was. Vloeren werden er uit gesloopt en het dak geïsoleerd. De meubels en andere voorwerpen moesten daarbij telkens zeer zorgvuldig van het ene naar het andere vertrek worden verplaatst. Toch bleef de deur van Betje open, maar omdat het gebouw in de steigers stond, dachten veel toeristen, dat Betje gesloten was. Er kwamen beduidend minder bezoekers, dan normaal, al waren er toch nog zo'n twee duizend, die genoten van de tentoonstelling " 't Is goed, t Wasgoed" .
De laatste grote onderhoudsbeurt betrof de stijlkamer en weer moesten alle meubels en voorwerpen naar andere vertrekken worden gesleept.
Het plafond moest nodig weer eens onder handen genomen worden, waarbij eerst alle eerdere witsellagen verwijderd werden. In week 13 had dat zijn beslag. Wie straks goed kijkt kan in de versiersels een cherubijntje ontdekken.
Omdat het toch een hele leuke tentoonstelling is heeft Alie met haar bestuur besloten deze in 2009 te continueren. Na zo'n druk jaar is het natuurlijk wel prettig om even een beetje gas terug te nemen. Trouwens ze hadden het al druk genoeg met de restauratie gehad om ook nog eens te denken aan het opzetten van weer een nieuwe tentoonstelling. Dat neemt niet weg, dat er al weer gedacht wordt aan een nieuw onderwerp voor volgend jaar.. |
| |
Nieuwe aanwinsten
Vaak krijgt Betje Wolff spullen aangeboden, waar ze heel erg blij mee is. Dat kan prima als aanvulling bij de collectie worden ingebracht. Maar ook zijn er dingen bij, waarvan Alie denkt: "Eigenlijk hoor het hier niet thuis." Het depot van het museum is natuurlijk ook niet oneindig groot. In overleg met de schenker wordt vaak een bevredigende oplossing gevonden: een ander museum blijkt er dan heel erg blij mee te zijn. Maar zo'n klein kruikje, een bodemvondst, waarvan Alie denkt dat het dateert van de Polderfeesten in 1912, daarvoor kan altijd wel een plekje gevonden worden.
Een recente schenking is de steek en het sabel van de achtste burgemeester (1932-1939) van de Beemster, P.Kikkert. "Leuk dat men gedacht heeft, da t deze voorwerpen bewaard moeten blijven, maar wat moet je daar als Museum nu weer mee?" is dan de vraag. Ze zullen waarschijnlijk depotstukken worden omdat ze moeilijk in een tentoonstelling inpasbaar zijn. Voorlopig staat de speciale doos in de kast van de domineeskamer. Alie: "Ik vond het artikel op de site van www.beemster-400.nl over de burgemeesters van de Beemster daarom wel heel leuk. Dan gaat zo schenking toch weer meer voor je leven".
Er valt over Museum Betje Wolff natuurlijk heel veel meer te schrijven. Bij alle tentoonstellingen zijn er wel foto's in het archief van de Beemster Bengel, maar het zou te ver voeren om die allemaal te publiceren. |
| |
  |
|
|
|