Middenbeemster, 30 maart 2010
Twee raadsleden van de Beemster Polder Partij: Nico de Lange en Leo Schagen, hebben in oktober 2010 weer een bijzonder uitputtende bergbeklimmingstocht gemaakt. Was in 2009 de Kilimanjaro het doel van deze sportieve Beemster politici, een jaar later moest de Himalaya er aan geloven, waar de twee Beemster polderjongens één van de majestueuze toppen met een hoogte van 5.420 m. zouden gaan beklimmen. Hieronder het verhaal van Nico, dat hij onlangs voor publicatie vrij gaf. Het is een tocht vol afzien, maar ook genieten...
Oktober 2010
Na in 2008 een geslaagde reis en klim naar de Kilimanjaro in Afrika te hebben ondernomen werd al snel duidelijk dat er een nieuwe uitdaging zou worden aangegaan. Er lagen meerdere opties. Zo was de Matchu Pitchu in Peru in beeld maar door de geringe hoogte (4000 mtr.) zochten we toch een grotere uitdaging.
Eerst werd er geïnventariseerd wie er mee wilden. De Kiligangers zijn benaderd met uiteraard de groep Beemster.
Uiteindelijk resteerde een vijftal te weten: Fred van Stegeren, Ger Weel, Jan de Boer, Leo Schagen en ondergetekende. Fred vanuit de Kili groep, Jan wilde een uitdaging en de andere 3 Beemster Kiligangers. In de periode na Afrika is goed doorgetraind met wisselende samenstelling zo liep Sjaak Tuyp (ook klasgenoot op de basisschool) vrijwel altijd mee.
Sponsortrek
In januari 2010 werd besloten om naar Nepal te gaan. Het Himalaya gebergte heeft voldoende uitdagingen en uiteraard de Mount Everest in het Gokyo district met zijn 8.848 m. als hoogste berg ter wereld, is een bezoek waard. Ger was daar eerder geweest en kon boeiend vertellen over dit land en wist ook een uitdaging die we zouden aankunnen op voorwaarde, dat we de training opvoerden.
Er werd contact gezocht met Rob en Yvonne Kolber die met hun organisatie “Sponsortrek” al vele malen naar het bergachtige Nepal waren afgereisd. Zij gaven ons aan wat we konden verwachten. Dit is een belangrijke bijdrage geweest voor de toch wel intensieve tocht.
Ger Weel
De groep zou uit 5 man bestaan en de eerste voorbereidingen werden getroffen. Hoe anders zou het lopen. Ger gaf in februari aan in een vervelend traject te zitten. Zijn gezondheid liet te wensen over en hij wachtte op een uitslag. Deze was niet goed. Het lopen ging hem zwaar en hij maakte zich ernstig zorgen. We kortten de training in maar al snel zagen we dat het veel ernstiger was dan we eerst vermoedden. Op 27 april 2010 is Ger overleden na een kort maar hevig ziekbed.
Wat nu? In de geest van Ger besloten we door te gaan met de voorbereiding.
Het was zoeken naar de juiste motivatie maar in de wetenschap dat Ger het zo zou willen gingen we er nog steviger tegenaan. Zo werd de Klimduin in Schoorl in de weken voor vertrek regelmatig bezocht en pas na 15 keer op en af in een actie kregen we het gevoel dat het wel goed zat met de conditie. Fred trainde op zijn eigen houtje op de reizen die hij in die periode maakte.
De reis was inmiddels geboekt en de adviezen van Rob en Yvonne werden opgevolgd. De vertrekdatum werd 01 oktober
Vertrek 1 oktober - aankomst op 2 oktober
Een comfortabele comfort-class vlucht met een 737 van Arke en na een tussenlanding op Bahrein, met veel glitter en glamour, veilig geland op Kathmandu Airport Nepal op 1.350 m. hoogte. Hier het tegenovergestelde.Oude loodsen als ontvangsthal en uren in de rij voor een 50 daags visa en paspoortcontrole.
Uiteindelijk naar buiten met nog 40 kilo extra bagage, die Rob had meegegeven voor een weeshuis voor gehandicapten. Daar zouden we later nog een bezoek brengen. Tendy Sherpa en Kaldan Sherpa (42) onze gidsen van Sponsortrek stonden paraat om ons naar Hotel “Moonlight” te brengen. Het was me de stad wel, veelal smalle straten met rond toeterende Suzuki’s en talloze lichte motoren. Overal koopwaar en aanklampende verkopers om vooral te laten weten wat we zouden mislopen wanneer we hun waar niet kochten. Wij hadden andere zaken aan ons hoofd en het was goed overnachten na een uitstekend welkomstmaal aangeboden door de organisatie.
3 Oktober, bestemming Lukla
Goed geslapen en na een stevig ontbijt de financiën afgewikkeld: op naar Lukla met binnenlandse vlucht op 2.800 m. Uren wachten voor vertrek en de tijd doden met het kijken naar mensen. Toeristen maar ook veel lokale mensen. Het krioelde van personen, die bagage en tickets meesleepten.
Na enkele uren arriveerde eindelijk een 16 persoons 2 motorig toestel in de kleur groen. Dit gaf vertrouwen! We vlogen zonder radar uitsluitend op zicht met de nodige turbulentie tussen bergtoppen door richting Lukla.
Deze “postzegel” met slechts één landingsbaan van een paar honderd meter staat bekend als het meest onveilige vliegveld ter wereld.
Waar de vlucht nog redelijk verliep was de landing spectaculair, d.w.z. Een “harde” landing met slingerende bewegingen en gierende remmen op het einde van de sterk oplopende baan af. Dit was een rotswand. Waar recent nog een vlucht met Duitsers op verongelukte. Mijn conclusie was dat het statistisch dan ook onmogelijk kon zijn dat we het niet zouden redden. Maar ja hoor!: we stonden op tijd stil. Een Japanse schone van 25 kneep tijdens deze landing wel heel hard in mijn hand en zag nog lijkwit toen ze het toestel uitstapte en we via een “handgewezen” route naar de ontvangstkooi liepen om de propellers te ontwijken.
Een stevige lunch in de nabijgelegen lodge met zicht op de landingsbaan deed ons bijzonder goed. Hier werd ook kennis gemaakt met de 3 porters te weten: Ang Kaji Sherpa (24), Lakp Sherpa oftewel Smiley (30) en de zoon van Kaldan, Chhonga Sherpa (18).De dragers met volle bepakking vooruit en wij vieren met de gids Kaldan op naar het 3 uur verder gelegen Phak Ding op 2.610 m. Afstanden worden in Nepal niet in km maar in tijd aangegeven. Uiteraard waren het gemiddelden maar het klopte vrijwel altijd.
De eerste overnachting in een lodge met beperkingen en het zoeken naar het juiste eten vanaf de menukaart was even wennen maar je paste je aan naar de gewoonten van het land.
4 oktober Namche Bazar
Op een stevig ontbijt vertrokken we om 6.00 uur naar Namche Bazar op 3.440 m. De temperatuur was 10oC
We gingen het National Park Sagarmatha in waar de lunch werd genuttigd.
Om 14.15 uur arriveren we in Namche na een stevige tocht door nog altijd groen en bomen, volgens Kalden een van de zwaarste etappe’s maar dit meer door de onwennigheid er zouden nog vele zware volgen.
5 oktober Namche Bazar en Thame
“Rust en acclimatiseringdag” richting Thame op 3.800 m. Fred had hoofdpijn en bleef in Namche. Dit is, naar later blijkt, een slecht voorteken. Immers, juist deze dag zou in de aanloop naar grotere hoogten belangrijk zijn. De route ging via de hoofdweg (smal, vaak onbegaanbaar pad) naar Tibet, hetgeen nog zeven dagen lopen is. Veel Tibetanen trekken zomers naar Namche met koopwaar, zoals kleding en sierraden. De lokale kooplui zien dit als een bedreiging door lagere prijzen en een overvloed aan koopwaar.
We lunchten op een “tal” dit is vlak plateau van 1 ha met gewoon gras. Daar worden yak hopen gekneed en geplet, tegen een muur geplakt en daarna gedroogd als brandstof voor in de potkachel.
De bergen werden grimmiger en beekjes zo af en toe woeste stromen. Terug in Namche bleek deze “rustdag” meer als een wandeltochtje. De inwoners van Namche Bazar en hoger gelegen dorpen wonen ’s winters in Kathmandu. Een enkeling blijft het dorp bewaken en de dieren voeren.
6 oktober: Mount Everest in zicht!
Om 07.30 uur direct steil omhoog naar 3800 mtr. Boven. Een 1 motorig vliegtuigje was met luid geraas bezig te landen op een grasbaan van een paar honderd meter met uitsluitend goederen. In de nabijheid stond een grote rupskraan die in onderdelen was aangevoerd en die zal worden ingezet om de landingsbaan aan te leggen. Het opstijgen leek na een aanloop wel een “val” maar het ging goed. De klim werdt vervolgd en na korte tijd klim naar boven kregen we drie besneeuwde toppen vol in beeld.
De Lhotse 8.501 m. de Nuptse 7.896 m. en , jawel, de Everest 8.848 m. in volle glorie.
Voor het eerst goed in beeld en machtig om te zien! Het is tenslotte de hoogste berg ter wereld. Waar we stonden was het volop zon, maar toch kon je de kou al voelen.
De hoofdpijn speelde Fred steeds meer parten en onze zorg hierom telkens groter. Er was vrijwel geen kans meer om tot rust te komen en medicijnen zijn slechts een lapmiddel.
Hierna daalden we enige honderden meters en kwamen we in een schitterend dorp, Khum Jung. Hier zowaar een sportaccommodatie met voetbalveld.
Weer verder klimmen naar Mungla op 3.973 m. Kaldan wees ons op een route binnendoor, die 20 minuten in tijd zou besparen. Dat hebben we ervaren. Loodrecht klimmen langs diepe afgrond met losse stenen op paadjes van 30 cm breed. Dit was de absolute grens: een misstap en je maakte vrije val van honderden meters. Een ervaring op zich.
Na de lunch in Mungla nog ruim een uur afdalen naar 3.600 m. tot Phortse Thanga.
Dit dalen was bijzonder welkom i.v.m. een opkomende hoofdpijn. In de lodge aangekomen een kop Black tea en zowaar een “hot shower”: dit was een emmer warm water met een gieter, maar voelde als een bad. Drinken moet je op deze hoogte veel, wel tot drie liter thee of water per dag.
7 oktober: Dole
Het slapen ging matig door de hoogte, maar we rustten toch goed uit na een goed ontbijt. Vol goede moed om 08.00 uur naar het op 4.100 m. hoog gelegen Dole gelopen, nagenoeg zonder problemen. We passeren de boomgrens in een afwisseling van zon en wat bewolking. Tot onze verbazing bereikten we Dole al binnen 2,5 uur i.p.v. binnen 4 uur. Dit was het resultaat van training, goed acclimatiseren en lopen in een verstandig tempo. Fred is nog niet de oude maar lijkt op te knappen.
Zo zaten we dan op 4.100 m. voor de lodge in het zonnetje en zagen van alles langskomen. Vooral de zwaar beladen yaks vielen op, ze worden ruiger en zijn voorzien van solide beenwerk.
Morgen naar Marchermo 4470 mtr.
8 oktober: Gezondheidscentrum in Machermo
Opnieuw weinig geslapen in een lodge, waar de voorzieningen hoe hoger we kwamen, telkens minder werden. Op weg naar Marchermo geweldige uitzichten. Onze gids Kaldan is een meester in bescheidenheid en schikt zich naar onze wensen. Slechts op vragen heeft hij antwoorden en adviezen.
Heel veel gefilmd in deze etappe die ons uiteindelijk bracht naar een schitterende lodge met een comfortabele kamer, waar we zo rond 11.00 uur arriveerden.
We hadden de hele middag om de plunjebaal eens door te struinen en de dagrugzak op orde te brengen. ’s Nachts, maar ook overdag werd het alom kouder en extra kleding, handschoenen en pet waren nodig.
Het Rode Kruis heeft daar een gezondheidscentrum waar voorlichting werd gegeven over hoogteziekten met duidelijke tips en adviezen. Voor een kleine vergoeding werd je hartslag en zuurstofgehalte in je bloed gemeten. Met een hartslag van 76 en een HB van 88% zat het wel goed en zo voelde ik mij ook. Geen hoofdpijn of andere ongemakken en mijn voeten, waar ik het afgelopen jaar behoorlijk in had geïnvesteerd, bleven perfect in orde.
De kleuren van de Nepalese vlag kwamen zowaar overeen met die van Beemster.
In de volgorde: Blauw, wit, Rood, Geel en groen. (lucht, wind, vuur, aarde en water).
9 oktober: Choyo
Rond 08.00 uur vertrek na slechts enkele uren slaap, maar goed uitgerust en dus topfit op weg naar Gokyo. Een schitterende etappe van 4 uur met vergezichten en een eerste uitzicht op de Choyo gletsjer. Ook zicht op de top van de Gokyo Mount 5.483 m. welke we morgen gaan beklimmen. In de namiddag ‘deden’we nog even een bergje van 150 m. naast de lodge. Wat daarachter lag was ongelooflijk. Oog in oog met de Choyo gletsjer bedekt met een laagje gruis en stof met daaronder uitsluitend sneeuw, ijs en ondergrondse meertjes. Voortdurend hoor en zie je vallende stenen en afbrokkelend ijs in ijsblauwe meertjes en holtes verdwijnen. Deze ijspoelen veranderen voortdurend van grootte doordat het water wegloopt in ondergelegen ijsgangen.
Deze gletsjer beweegt in een geschat tempo van 12 mm per jaar en baant zich een weg door de Himalaya alles meeslepend ook de berg waarop ik sta is in de lengterichting totaal gehalveerd. Een ongelooflijk natuurverschijnsel.
De lokale lodge-eigenaar verteld later, dat naar verwachting zijn lodge en de andere gebouwen in het dorp, evenals de schitterende drie Gokyo meertjes over 40 tot 70 jaar geheel zullen worden opgeslokt door de al eeuwen voortglijdende gletsjer.
Dit doet mij denken aan de documentaire van Al Gore en uitspraken van milieugroeperingen die onze auto’s en industrie aanwijzen als schuldig aan de opwarming van de aarde.
Totale onzin! Wellicht zal er een geringe bijdrage zijn van de welvaart. Maar dit eeuwenoud natuurgeweld is een logische nasleep van de vorige ijstijd.Uiteindelijk zal dit geweld weer worden “bevroren” en wel op het moment dat we een nieuwe ijstijd tegemoet gaan. Het is een proces van eeuwen.
10 oktober: de Gokyo Mount
Vandaag de klim naar de top van Gokyo mount 5.483 m. Vanuit de lodge oogt de berg vriendelijk met wat groen en rots geen bomen. Het is meteen steil bergop en dit zal niet meer veranderen. In een laag tempo, goed aangekleed in de vrieskou de Jack Wolfskin en handschoenen testen Zodra de zon erbij komt kan de jas weer uit mede door de inspanning.
Al snel geeft Fred aan niet verder te kunnen hij was nog altijd niet optimaal en de hoofdpijn doet hem de das om. Waar we al langer bang voor waren Fred geeft op. Wij klimmen in een superlaag tempo verder en na een kwartier roept Kaldan dat Fred weer in beeld komt en toch verder klimt. We wachten hem op en Fred die nimmer zijn humor zal verliezen geeft aan dat hij de “hoon” niet aan zou kunnen. Kennelijk heeft een pilletje en de chocolade hem weer energie gegeven.
Hoe hoger we kwamen zagen we telkens meer gelijkenis met de Kilimanjaro vooral de laatste honderd meter met uitsluitend steile rots. Voltallig bereikten we top.
Dit was de moeite meer dan waard. Rondom bergen waarvan de achtergelegen met een sneeuwkap pontificaal in beeld de Lothse en de Everest een machtig gezicht.
Vanaf hier kon je nog beter zien wat de gletsjer deed, slingerend tussen de bergen door, een spoor van vernieling. Duidelijk was te zien dat de lodge beneden, een stipje, en de meertjes ten prooi zullen vallen aan deze stroom van sneeuw, ijs, water en meegesleepte rots. De afdaling was zeker zo zwaar als de klim en voortdurend moest je bijsturen om veilig beneden te komen.
Na de lunch ben ik opnieuw de bergkam op gelopen om te constateren dat de meertjes van gisteren deels waren verdwenen of een stuk groter zijn geworden.
11 oktober: Ngoz un Zumba gletsjer
Uitslapen na de vermoeienissen van gisteren. Rond 09.00 uur vertrokken we zonder Fred.
Fred nam een wijs besluit en ging met drager Ang Kaji Sherpa naar beneden. Hoogteziekte dien je niet onderschatten. Het kan iedereen overkomen. Wat dat betreft is het net als zeeziekte. De gevolgen kunnen ernstig zijn met de dood tot gevolg als je niet tijdig en snel genoeg afdaalt.
Nu er een drager minderwas, kwam het goed van pas dat de zoon van Kaldan, Chhonga Sherpa, stage liep op deze tocht. De bagage kon nog altijd verdeeld worden meegenomen. Wij steken vandaag de Ngoz un Zumba gletsjer over. Deze is 1.500 m. breed en gaat over een ondergrond van steen en gruis met daaronder de eerder genoemde sneeuw en ijsmassa. Spectaculair zijn de ijsmeertjes waar we vlak langs lopen en je krijg het gevoel dat er zomaar een deel kan instorten. We bereikten veilig de overkant en rond 12.00 uur kwamen we aan in Thang Nag op 4.700 m. Daar waren we getuige van een actie van een reddingsheli, die een gewonde ophaalde. Je wist dat er weinig voor nodig was om hetzelfde mee te maken. Je diende voortdurend scherp te zijn en iedere stap gecontroleerd te maken. Morgen de Cho-La pas 5.368 m.
12 oktober: Dhong Lha 4.800 m
Op naar Dhong Lha 4.800 m. via de Cho-La pas.
’s Morgens om 00.05 uur op en genoten van een stevig ontbijt, dat daar nog altijd bestaat uit twee sneetjes geroosterd brood met evenzoveel soorten jam en ook twee grote kommen black tea met suiker.
Om 00.06 uur begonnen we aan de klim over de Cho-La pas met een top van 5.420 m. Er lag een laagje vers gevallen sneeuw van 3 cm. Het was direct klimmen, hetgeen door de sneeuw niet ongevaarlijk was: rots bedekt met sneeuw is een prima ondergrond om eens goed onderuit te gaan. Dus scherp en alert zijn bij iedere stap. De koude spoorde aan om stevig door te lopen, waardoor je met handschoenen en warme pet goed op temperatuur blijft. Alles verliep voorspoedig, waardoor we na een hele zware klim zo rond 11.00 uur al boven waren.
Het laatste stuk werden nog opnamen gemaakt met de hoofdcamera, dus de handen vrij en goed draaien met je hoofd, want je ziet niet wat je filmt. Wel je handen vrij, wat beslist nodig is op de steile gladde rotsen. Vooral het laatste stuk was ongelooflijk steil en zwaar. Boven gekomen vergoedde het uitzicht veel. Ondanks de hoogte een goed gevoel rustige hartslag en voldoende lucht. Eens te meer een bewijs dat een goede voorbereiding goud waard is.
Rond 15.00 uur arriveren we in Dhong-La. De lodge viel tegen een dunwandig houten “bijgebouw” met een bedompte slaapzaal met twee lagen op de lange regel en tussen een achttal Japanse dames van wat oudere leeftijd. Het zou kruipdoor, sluipdoor worden als er ’s nachts iemand uit moest. Maar er was een alternatief: twee tentjes in de buitenlucht, die keuze was snel gemaakt. Jan en Leo in de ene en ik alleen in de andere alle ruimte dus. We verzamelden een paar extra matrassen en nog een yak dekbed, geweldig en sliepen daarna perfect met een buiten temperatuur van zo’n -10 graden C.
13 oktober Gorak Shep
Een onvergetelijke dag, waarover later meer. Rond 07.30 uur op weg naar Jalouche bleek dat alle lodges volgeboekt waren. We besloten de volgende etappe er maar aan vast te koppelen. Hier moesten we enkele gletsjers oversteken het was afwisselend klimmen en dalen en behoorlijk vermoeid kwamen we rond 15.00 uur in Gorak Shep aan op 5180 mtr. Hier vonden we zowaar een GSM mast. Dus snel de mobiel aangezet en het was meteen raak: 18 berichten van zoon Bas. Dat kan maar een ding betekenen dus meteen terug gebeld. Een kleinzoon en stamhouder, Gijs genaamd, een mooi bericht moeder en kind gezond.
Meteen ook zoon Jip een trotse oom en Evalien een niet minder trotse oma gebeld wel een “vreemd” gevoel zo hoog en ver. Het werd net geen heimwee. We zouden er later één op nemen. Nog even contact met Fred gezocht maar die bleef beneden. Zoals het er naar uitziet zouden we hem pas weer in Lukla of zelfs Kathmandu weerzien.
Morgen een bijzondere missie.
14 oktober: missie volbracht op 5.364 m.
Om 08.00 uur op weg naar Base-Camp Mount Everest die, hoewel de top niet in het zicht,wel de meest aansprekende berg van onze onderneming is geweest. Opnieuw een rotsachtige bodem, aanvankelijk langs een smal pad maar later een grotere open vlakte. Dit is het punt waar het echte werk begint voor ervaren klimmers. Hiervoor hebben we niet gekozen. Dat we geen zuurstofflessen bij ons hadden was niet de enige reden om via de “zone des doods” op 8.000 m. naar het dak van de wereld te klimmen met slechts 33% luchtdrukniveau waardoor dus ook 1/3 zuurstof in de ijle lucht. Op base-camp, 5364 m. wordt het eerste kamp opgeslagen om ‘s werelds hoogste bergtop met een hoogte van 8.848 m. te bereiken. Voor ons een gedenkwaardige plek met Ger in onze gedachten Deze heeft deze route ook gelopen. He was zeker een bijzondere tocht door de missie die we ons zelf, mede op verzoek van Mariëtte, hadden opgedragen. Aangekomen op base-camp 5.364 m. hielden we een bijzondere ceremonie. We hadden namelijk van Mariëtte een buisje met as van Ger meegekregen en dit hebben we met passende tekst uitgestrooid over base-camp. Best een emotioneel moment in de wetenschap dat Ger hier anders gewoon bij zou zijn geweest.
Wellicht door dit alles kwamen we zwaar vermoeid maar toch voldaan terug in de lodge in Gorak Shep waar we opnieuw zouden overnachten. Morgen een zware klim.
15 oktober: Op naar de top
Om 07.30 uur de klim naar de top van de Kala Pattar (zwarte rots) op 5.550 m., met een lekker zonnetje en in aanvang een “milde” klim zover het over vlakke bodem ging. Er lag een goed begaanbaar pad, maar wel een behoorlijk stijgingspercentage. Hoe hoger we kwamen, waren er ook hier telkens meer gelijkenissen met de klim in Afrika. Het steile laatste stuk ging over telkens grotere rotsblokken, waar je goed moest kijken welke stap je maakte om er geen te doen verschuiven. Dan op een 150 mtr. van de top een opkomende mist die alle zicht boven zou ontnemen om nog goede opnamen te kunnen maken. Dus een “sprintje”ingezet wat eigenlijk nog best lukte. Dit was voor mij het bewijs dat je door een goede voorbereiding veel reserve op kunt bouwen zeker gezien het snelle herstel.
De top gaf een machtig gezicht op de mount Marie die vanaf een pas ingericht tentenkamp op Base-camp Everest door een expeditie werd beklommen. Je kon op het volgende kamp de Bulgaarse klimmers zich moeizaam zien voortbewegen terug naar kamp 1.
De wind was stevig met temperatuur van -8 graden en deze klim ging nog maar naar 6.400 m. We konden wel goed filmen en foto’s maken het was tenslotte het hoogste punt van onze reis. Het wolkenspel rond de top van de Everest was fascinerend Leo gaf aan, dat de wolken die letterlijk tegen de top botsten mogelijk zware sneeuwval veroorzaakten. Voor ons begon hier ook de afdaling die we in drie dagen zouden doen vandaag dalen tot 4.900 m. naar Labouce. Deze lodge zal ik maar snel vergeten dit was wel de allerminste met wel een redelijke slaapplek maar een erbarmelijk sanitair.
16 oktober: boeddhistische tempel
Afdalen naar Tengboche op 3.860 m. per saldo dus 1.040 meter lager en weer onder de boomgrens. Het groen was weer volop aanwezig en voelt alles weer anders. Het werd ook de eerste dag met een lichte regen, waardoor de paden glad en glibberig waren.
Afdalen is vaak zwaarder dan klimmen, mede doordat het tempo omhoog gaat en een misstap sneller gemaakt. Ook is het meer draaien en keren; je voet zit voorin je schoen met kans op blaren of slijtplekken. Hier komt het dus aan op goed passende schoenen die dit voorkomen. Dan is er ook nog de voortdurende aanslag op je kniegewrichten door je lichaamsgewicht. Voordeel is, dat je de zuurstof tegemoet loopt en daardoor meer energie krijgt. Al met al zat er een goed tempo in en al snel zagen we het einddoel voor die dag. Die werd echter pas bereikt na een bijzonder steile klim van 400 m. op een glibberige ondergrond. De lodge bleek van goede kwaliteit met een goede slaapplek.
Ook stond hier een Boeddhistische tempel een van de grootste in de wijde omgeving, waar een 60 tal monniken gehuisvest was. Ze waren van alle leeftijden in traditionele kledij compleet met sandalen. Twee keer per dag een gebedsronde van 3 uur waarbij een onverstaanbaar zangerig geprevel afgewisseld werd door de hoofdmonnik, die met enige stemverheffing een nieuw hoofdstuk begint. Plots een korte stilte, gevolgd door een orkaan van geluid met toeters, bellen, hoorns en slaginstrumenten in de prachtig beschilderde gebedsruimte met vele kaarsen en een meters hoge Boeddha.
Bezoekers mochten plaatsnemen in de Boeddhahouding op de kale vloer. We zaten hier met toch al stijve botten. Filmen was ten strengste verboden, maar foto’s maken was wel toegestaan. Het moment, dat Leo met zijn fototoestel een filmpje maakte, deed een kolossale monnik in stille woede uitbarsten en vervolgens verloor hij Leo geen seconde meer uit het oog. Na ruim een uur hadden we het wel gezien. Stram en stijf gingen we naar buiten na eerst nog een bijdrage in het offerblok te hebben gedeponeerd.
Tijd voor een bijzonder goede maaltijd; het eerste biertje na weken smaakte uitstekend. Daarop volgde een hele goede nachtrust.
17 oktober: 6 uur dalen
Om 07.30 uur verder afdalen naar Namche Bazar de plaats waar we op de heenweg twee dagen verbleven.
Door laaghangende bewolking en lichte regen een ongezellige etappe van ruim 6 uur dalen op gladde ondergrond van regen en Yak uitwerpselen. Die geur hangt bij windstilte overal, alles en iedereen ruikt ernaar dus valt het bijna niet op.
Duidelijk werd dat we Fred niet eerder dan in Kathmandu zouden ontmoeten, zelfs Lukla was nog te veel van invloed op zijn gestel. Fred zou Fred niet zijn als hij zijn eigen oplossing niet zou organiseren. Gewoon wat wapperen met euro biljetten en de deur van een heli opentrekken en zitten. Dan sta je een uur later op 1.700 m. in Kathmandu.
We waren op een hoogte waar -door aanhoudende mist- weinig tot geen vluchten konden worden gemaakt. Hierdoor ontstond er een wachtlijst waar je maar beter dicht bij kon zijn om enige invloed te kunnen uitoefenen op een vlucht. Na overleg besloten we de volgende twee etappes op een dag te doen.
18 oktober: Lukla
Op tijd starten met goed weer en het vizier op Lukla. De route was lang maar goed te doen. Door tijdig te rusten en goed te eten zou deze laatste etappe geen probleem meer zijn. Onverwacht snel bereikten we Lukla waar het behoorlijk druk was. De oorzaak hiervan was, dat door de hardnekkige mist er een achterstand was in vluchten naar Kathmandu. Er werd slechts beperkt gevlogen. We overlegden met Kandal en de hotelbaas voor een vroegere vlucht maar dit leek niet te gaan lukken. Onze reguliere vlucht was op 20 okt. en die zou het wel worden. Eigenlijk vonden we dat ook geen probleem. Nu konden we wat bijkomen van de toch wel zware laatste dagen, maar ook goed eten en slapen in de lodge op zo’n 20 m. pal naast het vliegveld. Ook een biertje ging er goed in met de gedachte dat geen zware inspanning meer hoefde te worden geleverd. Kandal, die inmiddels uitstekend had leren klaverjassen, dacht daar anders over.
19 oktober: vrije dag?
Een “vrije” dag. Kandal nodigde ons uit om een wandeling te maken in de omgeving van Lukla met o.a. een bezoek aan het plaatselijke ziekenhuis. Als echte wandelaar ga je natuurlijk mee. Deze wandeling zal ik echter niet snel vergeten. Het was door het zonnetje vrij warm, maar dat was niet de reden dat dit een uitputtingsslag werd, althans voor mij. Ik denk dat ik het vizier al op “klus geklaard” had staan. De hoogste berg was niet zo vermoeiend als deze op het oog eenvoudige wandeling.Dit was ook de dag dat we afscheid namen van gids Kandal en de dragers Ang Kaji, Lakpa en Chhonga. We boden ze een afscheidmaal aan, vergezeld van de gebruikelijke fooien, die ze beslist verdiend hadden.
20 oktober: Kathmandu
Het zicht was inmiddels helder en de vluchten lagen weer op schema. De laatste dag van een enerverende trektocht door het Hymalaja gebergte. Je gedachten gingen meer als de vorige dagen naar huis. Wel eerst nog enkele dagen “potverteren” in Kathmandu. Een voorspoedige vlucht en op het vliegveld opgewacht door Tendy Sherpa die de taxi naar Hotel Moonligt regelde.
De binnenplaats opgelopen en jawel, daar zat Fred met een krantje en een biertje in de zon als een verwende toerist ons op te wachten. Hij leek voldoende hersteld en de verhalen kwamen los. Eerst maar de stad in voor wat eten en drinken opvallend waar je ook liep iedereen kende Fred. Dit kwam goed van pas want de meest opdringerige souvenirventers waagden het niet je aan te klampen, één blik van Fred was voldoende om af te druipen.
Slechts een enkeling wist wat sieraden en, na lang onderhandelen, een geweldig uitziende blokfluit aan te smeren waar thuis met een luchtcompressor nog geen noot uit te halen was.
S’avonds nog een afscheid-diner aangeboden door de organisatie als afsluiting van de enerverende reis.
Ook brachten we een bezoek aan de Swayambhuntah Stupa oftewel de Monkey tempel. Behalve dat deze bevolkt wordt door talloze apen, verkopers en toeristen ligt deze tempel boven op een berg welke uitsluitend te bereiken is via een lange loodsteile stenen trap. Bovengekomen was ik, mede door de hitte, de uitputting nabij.
Dit deed mij beseffen dat niet de wandeling in Lukla en de klim naar deze Stupa onmogelijk zwaar waren. Ik begon te begrijpen dat ik door de inspanning van de afgelopen weken, hoewel zonder problemen, aan mijn reserves bezig was en dat dit de signalen waren.
Bezoek aan het Koninklijk paleis
Ook bezochten we het “nieuwe” Koninklijk paleis, dat in 2009 voor een groot deel is heropend als museum.
Het gebouw werd hiermee teruggegeven aan het volk nadat maoïstische rebellen onder leiding van premier Pushpa Kamal Dahal, alias Prachanda, een vredesakkoord hadden gesloten met de voornaamste politieke partijen in Nepal. Hiermee werd in mei 2008 ook de 240 jaar oude monarchie van Nepal afgeschaft.
Vanaf 1951 was Tribhuvan koning, hiermee kwam een einde aan de macht van de Rana familie die sinds 1846 de lakens uitdeelde in Nepal. Tribhuvan’s kleinzoon, Gyanendra, werd op 4 juni 2001 voor de tweede keer koning nadat zijn broer, koning Birendra, op 1 juni van dat jaar door kroonprins Dipendra in het koninklijk paleis met nog andere familieleden werd doodgeschoten. Diprenda schoot zichzelf door het hoofd werd naar het ziekenhuis gebracht en tot koning uitgeroepen maar overleed op 4 juni.
De slachtpartij gebeurde onder invloed van drank en drugs.
De ruimten waar dit gebeurde zijn nu opengesteld voor het publiek en tussen de pracht en praal zijn vele afbeeldingen van staatshoofden te zien zo ook van ons Koninklijk huis. Wij als westerlingen kregen een VIP behandeling door een bedrag van € 5,- te betalen waar de lokale bevolking slechts 20 eurocent neerlegde. Het was tijdens de rondleiding een bizar gevoel te weten dat nog geen 10 jaar terug dit alles zich heeft afgespeeld.
Fotograferen of filmen was ten strengste verboden en alle apparatuur ook telefoons moesten worden afgegeven.
Ook brachten we een bezoek aan de rivier Bagmati, welke uitmondt in de Ganges, waar in het openbaar lijkverbranding plaatsvindt het betreft hier Hindoestanen. Dit gebeurde op een 12 tal plateaus langs de rivier waar tussen de houtstapels de lijken worden gelegd en verbrand. Vele bloemen worden rondgestrooid en stokers zorgen ervoor dat er zo weinig mogelijk overblijft. De ceremonie duurde ongeveer 2 uur en nadat de beste man tussen en onder het hout werd bedolven en in brand werd gestoken namen enkele kinderen hun kans waar en voeren in de kist de rivier af. De laatste dag brachten we een bezoek aan een van de grootste antieke stoepa’s in Zuid-Azie: de Bouddhanath, een boeddhistische tempel gebouwd op een oude handelsweg naar Tibet. Deze staat ook op de UNESCO werelderfgoedlijst. Het is jammer dat dit plein ook vergeven is van de straathandel met prullaria. Daardoor komt dit monument niet tot zijn recht.
Na de annexatie van Tibet door China vluchtten veel boeddhistische monniken naar Kathmandu, waarna ze zich in de wijk Bouddah vestigden. Deze wijk wordt tegenwoordig niet voor niets “little Tibet genoemd. In de directe omgeving zijn veel gompa’s (fortificatie/ versterking voor de boeddhistische leer) en kloosters te vinden en vele Tibetanen komen naar deze plek om Losa (Tibetaans nieuwjaar) te vieren.
Sponsortrelproject
Speerpunt voor de organisatie Sponsortrek is het project Nepal Rehabilitation Centre in Kathmandu. Hier verblijven ruim 50 gehandicapten vrouwen en kinderen die met de gesponsorde PC’s en (trap)naaimachines een onderkomen hebben en kunnen voorzien in levensonderhoud. Voor meer info over deze gerichte kortlijnige organisatie is het de moeite waard een kijkje te nemen op de website: www.sponsortrek.nl .Voor ons was het bezoek een mooie afsluiting van deze “Tocht met een missie”.
Na afscheid te hebben genomen van Tendy Sherpa en de toezegging dat we onze bijdrage vanuit Nederland via Sponsortrek aan dit project zouden doen, werden we naar de luchthaven gebracht.
Weer thuis
De terugreis verliep voorspoedig na alle ontberingen lukte het zelfs te slapen in het vliegtuig.
Na de landing werden we door het thuisfront van Schiphol gehaald en het was goed thuiskomen. Een week na thuiskomst het verwelkomen van nog een kleinzoon met Jip en Diana als trotse ouders van Rick (04 november 2010).
Nu eind december en het nieuwe jaar in het vooruitzicht zijn de herinneringen nog altijd bijzonder goed. Ook is duidelijk geworden dat het een zeer zware tocht is geweest, minimaal 8 kilo kwijt en nog altijd niet het “goede “gevoel met lopen is mij duidelijk dat ik op deze tocht de absolute fysieke ondergrens heb bereikt.
Nu is mij ook duidelijk wat de oorzaak was van de vermoeidheid van de wandelingen op de twee laatste dagen. Ik was daar kennelijk niet enige in, op de dag dat Fred zijn 65e verjaardag vierde gaf hij zijn wandelschoenen mee terug om deze bij Rob te brengen. Deze zal er voor zorgen dat de schoenen weer terug gaan naar Nepal.
Alles bij elkaar maakt dat deze “tocht met een missie” een onvergetelijke is geweest.
Dank gaat uit naar het thuisfront de organisatie en niet in het minst mijn reisgenoten Leo, Fred en Jan.
Nico de Lange.
januari 2011 |