|
Middenbeemster, 7 augustus 2011
En dan nu dus eindelijk op deze site de verslaggeving over de opgravingen bij de Hervormde Kerk van Middenbeemster. Op dringend verzoek van het kerkbestuur is hiermee gewacht totdat de opgravingen beëindigd zouden zijn. Men was namelijk bevreesd, dat een te grote informatiestroom baldadige jeugd zou aanzetten zelf eens een kijkje achter de hekken te gaan nemen, waarna wel eens met dooskoppies gevoetbald zou kunnen gaan worden. Natuurlijk kun je iets wat vanaf de openbare weg gezien kan worden, niet stilhouden en zo waren er al heel wat artikelen over de opgravingsactiviteiten in de media verschenen.
Keyserkerk?
Een historische club in de Beemster kreeg toestemming om leden het voorrecht te geven deel te nemen aan één van de in totaal vier rondleidingen op het erf van de Beemsterkerk, waarvan ontwerp en bouw aan de grote Amsterdamse stadsarchitect Hendrick de Keyser wordt toegeschreven. Dit kan echter nergens met documenten geschraagd worden. Weliswaar duiden de vierkantjes in het houten gewelf van de kerk op zijn signatuur, maar dat is natuurlijk niet genoeg om meteen maar de naam Keyserkerk aan dit gebouw te verlenen. Zeker is evenwel dat de bouwer van de toren in een later stadium wel de beroemde architect Pieter Post is geweest; men waagt zelfs te veronderstellen, dat deze ook betrokken is geweest bij de bouw van de kerk, hoewel dat weer niet geboekstaafd kan worden. Dit echter terzijde.... In ieder geval namen de studenten ook even de kans waar om de kerk van binnen en het marktplein vanaf de toren te bekijken.
Periode 1613-1868
Op het erf van de kerk zal een nieuw gebouw, men noemt het een gemeenschapsgebouw, l worden opgetrokken. Daarvoor moest natuurlijk een behoorlijke fundering worden gelegd en zoals bij oude kerken het geval is, zou men daarmee de eeuwige rust van de dodenakker verstoren. De enige oplossing was de doden te laten 'verrijzen' , waarna met de hijwerkzaamheden een aanvang zou kunnen worden gemaakt. Een archeologische opgraving zou namelijk heel wat raadselen over de doden van de Beemster kunnen vertellen en zo werden studenten van de Leidse Universiteit uitgenodigd om bij een grootscheepse opgraving aan de zuidzijde van de kerk 'botje bij botje' van alle hier begraven Beemsterlingente leggen. De begraafplaats dateert uit de periode tussen 1612 (droogmaking van de Beemster) en 1868 (wet om de doden op een aan te wijzen algemene begraafplaats te begraven).
De algehele leiding van de opgraving was in handen van Dr. M. Hoogland.
Vier honderd skeletten
De opgraving bleek verrassend groot en divers: een schat aan informatie over de ver in het verleden overleden Beemsterlingen kan nu vanaf heden helemaal nageplozen worden in de universitaire lokalen van de Leidse Universiteit. Er werden bijna 500 skeletten aangetroffen, vaak op en onder elkaar. De ruimte op het kerkenerf was natuurlijk lang niet groot genoeg om maar eeuwenlang te kunnen doorgaan. Voor de studenten was het een bijzonderheid te mogen grasduinen in de zo ongerepte dodenakker van Middenbeemster. Ze deden dat met bijzondere liefde, zorg en toewijding, want het was natuurlijk toch verstoring van de eeuwige slaap van de overledenen.
Glibberglad
Wat de opgraving allemaal kan opleveren vertelde Hoogland tijdens de rondleiding, die overigens voornamelijk plaats vond in de container, waar de jongelui hun broodje konden opeten of schuilen voor de regen. In tegenstelling tot de rondleiding van 15 juli toen het dagen tevoren niet anders had gedaan dan stortregenen en het op de graafplek glibberglad was, was het deze dag broeiheet. De boeiende vertelling van Hoogland liet de warmte in de container even vergeten. Daar zaten we dan met een stuk of twintig geïnteresseerden, die allemaal vragen op de geleerde heer afvuurden. Hij kon het allemaal boeiend vertellen. Of hij op zijn eigen vragen antwoord heeft gekregen, zoals namen, overlijdensjaar en beroepsachtergronden of oude, handgeschreven familiepapieren met betrekking tot overleden verre voorouders, is echter maar de vraag. Wat het begraven van arme doden in die tijd betreft is er namelijk maar weinig bekend. Wel van de rijken, want die werden in de kerk begraven en kregen een prachtige grafzerk met daarop allerlei persoonlijke informatie.
Grote kindersterfte
Wel heeft Hoogland door de natte periode tijdens de opgraving kunnen vaststellen dat de begaanbaarheid van de wegen in de Beemster duidelijk te wensen overliet waar het betreft het inroepen van de hulp van een dokter of een vroedvrouw. Opvallend was dat er op deze begraafplaats in de Beemster zoveel skeletjes van pasgeboren babies zijn aangetroffen. Wel 20-30% meer dan bij andere opgravingen, bijvoorbeeld die op de stadsbegraafplaats in Alkmaar, waar hij een poosje geleden ook een opgraving heeft geleid. De kindersterfte was dus groot in de Beemster en ook kraamvrouwen overleefden vaak een bevalling niet.
Zand er over
Hoogland had zich verwonderd over het vele witte zand, (12 x 30 m) dat in een diepe sleuf op deze plek is aangetroffen. Waarom? Wellicht om het voor de doodgravers wat makkelijker te maken, want in de vette klei van de Beemster was het delven van een graf helemaal geen sinecure. Zeker niet als de vorst diep in de grond zat.
Als dat zand, wellicht uit het Gooi of de voormalige Zuiderzee allemaal langs weg of tochtsloot aangevoerd moest worden, dan moet dat een heel omvangrijk transport zijn geweest.
Strontium
Sinds 1982 is het mogelijk door middel van DNA onderzoek uit tandglazuur vast te stellen uit welke streek (of land) iemand vandaan moet zijn gekomen. Door bepaalde voeding vormt zich in het glazuur strontium dat per streek verschilt. In Beemster kwamen de mensen natuurlijk overal vandaan, tot ver over de grens. In tijden van slechte of te weinig voeding vormen zich ribbeltjes in de tanden.
Verder kan men uit de staat van een skelet opmaken of er sprake was van ziektes, zoals rachitis. Om te bepalen of een schedel aan een man of een vrouw toebehoorde hoefde men alleen maar naar de kaak te kijken. Die is bij een man hoekig met een knobbel en bij een vrouw rond.
Piskijker
Er werden slechts weinig grafgiften gevonden. Alleen een heel klein glazen flesje met inhoud, waarvan Hoogland een vermoeden heeft dat dit een grafgift moet zijn geweest van een 'piskijker', een arts die aan de kleur van de urine een ziekte kon vaststellen. Daar kijken we tegenwoordig ook niet vreemd van op, toch? Verder nog een paar oorbellen, wat knopen en twee muntjes die op de ogen van een overleden waren gelegd (wie betaalt de veerman?) Verder is er helemaal niet vastgelegd waar de doden zijn begraven. Ze lagen wel met zeven of acht overledenen bovenop elkaar. Hervormden en Katholieken: het maakte geen verschil, tenminste niet voor het kerkhof in Middenbeemster. Katholieken kregen pas later een eigen begraafplaats in Westbeemster.
En verder...
Na de inleiding door Hoogland mochten de belangstellenden even een blik werpen op de ativiteiten van de opgravingsploeg. Alle skeletten werden nauwkeurig geïndexeerd en omschreven en ze gaan dus naar Leiden waar nog jaren van onderzoek zal volgen naar lichamelijke en gezondheidstoestand van de Beemster bevolking tussen de 17e-19de eeuw.
Een studente was als een goudzoeker bezig om met een grote zeef door middel van afspoelen met kraanwater uit een schep zand botjes te zoeken. Daarbij werd een bijna niet van een kiezelsteentje te onderscheiden, vingerbotje aangetroffen van een pasgeboren baby, nou ja dan wel van misschien bijna 400 jaar geleden.
Zandbak
Hoewel werken op een begraafplaats toch een zeer ernstige aangelegenheid is, werd het op die woensdagmiddag onder een stralend zonnetje toch bijna een beetje graven in de zandbak' en daarom misschien hier een toch wat luchtig verslag.
Foto's mochten dus niet genomen worden. Zonder plaatjes is dit dus maar een heel kaal Beemster Bengel verslag. Maar de studenten hadden echter zelf gezorgd voor genoeg beeldmateriaal op Facebook. |